Informatie voor Scholen

Als leerkracht ziet u dagelijks een groep kinderen bewegen, maar wat is nu een leeftijdsadequate motorische ontwikkeling en wanneer heeft een kind ondersteuning nodig?

Kleuters zijn voortdurend bezig met bewegen, zoals goed te zien is in de klassen: klimmen, klauteren, balanceren, rennen, springen, werpen en vangen. Niet alleen de grote coördinatie van de handen en vingers wordt steeds beter, maar ook het mikken, richten en de fijne motoriek.

Niet elk kind ontwikkelt zich moeiteloos. In een klas met dertig kinderen zijn er gemiddeld vier à vijf ‘onhandig’ of ze lopen achter in de motorische ontwikkeling. Als daarvoor extra aandacht komt door therapie, lost dat in een vroeg stadium veel problemen op. Onderzoek wijst uit dat structureel meer aandacht voor beweging en motoriek in de kleuterklassen, zorgt voor een enorme daling in het percentage onhandige kinderen. Een motorisch vaardige groep kinderen in groep 3 is een groot voordeel voor het klassikale proces. De fase van het kleuteren is dan voorbij, beweging krijgt minder aandacht, andere vaardigheden moeten ontwikkelen. Ruimte en aandacht voor beweging, zoals in de kleuterklas, komt nooit meer zo intensief terug. Dit is het beste moment om de kinderen de ondersteuning te geven die nodig is.

Voor informatie over motorische mijlpalen en het signaleren van motorische problemen, zie platform kinderoefentherapie. Hier kunt u tevens het ‘protocol kinderoefentherapie binnen een onderwijssetting’ downloaden.